De stroomversnellers

15 oktober 2026

Niet de techniek maakte zon en wind groot. Het geld deed dat.

Wat Peter Blom, bijna 25 jaar directievoorzitter van Triodos Bank, ons leerde over het financieren van de energietransitie. In aflevering 3 van Stroomversnellers blikt hij terug op veertig jaar pionieren en vooruit naar wat er nu nodig is om op te schalen.

Het begon met een eetcafé dat geld nodig had. Zo kwam Peter Blom begin jaren tachtig terecht bij Triodos, toen nog een stichting die mensen met wat geld over koppelde aan maatschappelijke initiatieven die geld nodig hadden. "Leengeldbemiddeling" heette dat toen. Vandaag zouden we het crowdfunding noemen.

Voor ons is dat een herkenbaar vertrekpunt. Voordat Zonhub werd opgericht, werkte onze oprichter ruim drie jaar als kredietanalist bij Triodos. Hij bereidde daar analyses voor die ook met Peter werden besproken. Het gesprek werd dan ook een reünie met een duidelijke vraag: waarom is dat koppelen van geld aan duurzame projecten na 45 jaar nog steeds nodig?

Meer dan een spreadsheet

Triodos financierde in die tijd wat andere banken lieten liggen. Voorbeelden waren biologische boeren en sociale initiatieven met een gebouw dat gekocht moest worden. Onwil was volgens Blom niet de reden dat andere banken dat niet deden. Het ging om vooroordeel. Triodos keek gewoon naar de vraag die elke bank zou moeten stellen: is er een kasstroom waarop je kunt financieren?

Daarnaast keek Triodos naar iets wat in geen model staat: de motivatie en de ethiek van de ondernemer. Blom noemt het de blinde vlek van de moderne bankier achter zijn spreadsheet. Een ondernemer die vanuit een groter doel werkt, is volgens hem geen risico maar een pluspunt. De business case moet nog steeds kloppen, maar de combinatie maakt het sterker. Of zoals Blom het zegt: één plus één is drie.

Tsjernobyl als kantelpunt

De stap naar duurzame energie kwam niet voort uit zorg over het klimaat. De aanleiding was de kernramp in Tsjernobyl. Spaarders vroegen zich af: als we dít niet willen, wat dan wel? Zonne-energie stelde toen nog bijna niets voor. Windenergie bestond uit studenten die in Groningen, Twente en Delft aan molens knutselden.

Triodos besloot er toch in te stappen, en niet alleen als financier. Samen met een ingenieursbureau financierde de bank haalbaarheidsstudies en bracht ze projecten onder in een eigen vennootschap. In de begintijd was de bank dus zelf mede-projectontwikkelaar. De energiebedrijven keken er met verbazing naar. Soms moest Triodos zelfs de regelgeving erbij pakken om het recht op een netaansluiting af te dwingen.

Dat pionierswerk ging niet zonder tegenslag. Bij het windpark op Neeltje Jans had het zout de generatoren binnen een paar jaar aangetast. Maar juist die vroege ervaring leverde kennis op. Toen andere banken jaren later de markt ontdekten, verbaasde Triodos zich soms over wat zij met dunne marges durfden te financieren.

Een fundamenteel andere business case

Volgens Blom zit het verschil met fossiele energie in de kostenstructuur. Bij zon en wind is de investering vooraf de grootste kostenpost. Daarna is de brandstof gratis. Dat maakt duurzame projecten gevoelig voor de rentestand en voor toegang tot kapitaal. Het maakt vaste afnamecontracten onmisbaar voor stabiele inkomsten.

Er speelt nog iets. Financiers rekenen met een horizon van vijf à tien jaar, terwijl veel voordelen van duurzame energie bij de samenleving terechtkomen en niet bij de investeerder. Blom noemt dat het attributievraagstuk. Er is nog geen mechanisme om die voordelen in te prijzen, en dat remt de financiering.

Tegelijk zijn er nieuwe argumenten bijgekomen. Europa wil minder afhankelijk zijn van geïmporteerde energie. Blom wijst op Spanje, dat veel duurzame opwek had toen de energieprijzen door het plafond gingen. Wie dat niet heeft, importeert via de energieprijs ook inflatie.

Elke fase vraagt een nieuw instrument

Vanuit het Sustainable Finance Lab pleit Blom voor een aparte, lagere groene rente van de ECB. Die rente is volgens hem geen subsidie, maar een manier om via lagere energieprijzen de inflatie te matigen. Hij erkent dat het idee controversieel is. Het past wel in een patroon dat hij vaker zag: elke fase van de transitie vraagt om een ander instrument.

Investeringssubsidies op basis van vermogen leidden destijds tot windmolens met onnodig zware generatoren. Een terugleververgoeding werkte veel beter. De fiscale regeling voor groen beleggen, waar Triodos zich hard voor maakte, drukte de rente voor duurzame projecten. Dat werkte vooral goed toen de rente hoog was. Pionieren is nodig om iets op gang te krijgen, maar opschalen vraagt om andere mechanismen.

Robuuste regels, juist voor iedereen

Blom vindt het belangrijk dat niet alleen professionele beleggers kunnen meedoen aan de transitie. Hij ziet het als een vorm van democratisering. Maar dat vraagt ook iets: robuuste, eenvoudige regels in plaats van een doolhof aan uitzonderingen. Daarbij horen eisen aan wie een aanbod mag doen, zoals voldoende eigen vermogen achter het platform. Zonhub voldoet als vergunninghoudende partij aan kapitaal- en liquiditeitseisen en moet haar procedures vastleggen.

Ook benoemt hij eerlijk dat het soms misgaat. Een slecht gemanaged project wordt niet beter omdat het duurzaam is. Juist daarom is spreiding belangrijk. Blom zou zelfs een harde grens toejuichen, zoals maximaal 5 à 10 procent van je vermogen in één sector. Gaat er dan iets mis, dan is dat geen ramp maar leergeld. En leergeld hoort volgens hem bij verandering.

Missie geslaagd?

Inmiddels heeft elke grote bank klimaatdoelen en een duurzaam finance-team. Toch vindt Blom de missie nog niet geslaagd. De transitie zit in het hoofd en in het hart van de financiële sector, maar nog niet in het dagelijks handelen. Via het Klimaatcommitment Financiële Sector werkt hij aan die volgende stap.

Er is wel voortgang. De CO2 op de balans van financiële instellingen is relatief afgenomen, en er wordt serieus gekeken naar wat grote projecten tegenhoudt. Volgens Blom moet het pionierswerk van dertig jaar geleden nu opnieuw gebeuren, maar op grotere schaal.

Pionieren, en dan opschalen

De belangrijkste les uit dit gesprek: zon en wind zijn niet groot geworden omdat de techniek ineens werkte. Ze werden groot omdat financiers vanuit een gedeeld wereldbeeld durfden te pionieren, en omdat er daarna steeds nieuwe instrumenten kwamen om op te schalen. Die beweging zien we nu opnieuw bij batterijopslag en flexibiliteit op het stroomnet. Dat is precies waarom Zonhub bestaat.

Luister de volledige aflevering van Stroomversnellers met Peter Blom terug via:

Spotify: https://open.spotify.com/episode/32QSgH3WvJev1oBLfpoY9b?si=N27BowrdT5itJuyx_CoIaA
YouTube: https://youtu.be/gfXbndY8oCQ?si=cUstDNdTkjbAQiak

Deel dit bericht

Nieuwsbrief

Ontvang nieuwe investeringsprojecten als eerste, plus onze achtergrondartikelen over de ontwikkeling van duurzame energie en verstandig investeren. Maximaal 15 keer per jaar. Afmelden kan altijd.

(Al +18.500 mensen gingen je voor en ontvangen onze nieuwsbrief)